DNA-fingerprinting en resistentiesurveillance

DNA-fingerprint en resistentiesurveillance zijn essentieel voor het signaleren van tbc-outbreaks en mulitresistente tuberculose en om vast te stellen of de getroffen bestrijdingsmaatregelen effectief zijn.

Van 1993 – 2009 werd van elke in Nederland geïsoleerde stam van de tuberculosebacterie met behulp van de IS6110 Restrictie Fragment Lengte Polymorfisme (RFLP) techniek een zogenoemde ‘DNA-fingerprint’ gemaakt. Deze methode was kostbaar, tijdrovend en zeer arbeidsintensief. In 2009 is de overstap gemaakt naar de nieuwe en snellere VNTR (Variabele Nucleaire Tandem Repeat). Met behulp van deze methode worden isolaten met een identiek fingerprintpatroon bij elkaar in één zogeheten ‘cluster’ ingedeeld. Vervolgens worden nieuw geïdentificeerde patiënten, behorend tot het cluster, aan de betreffende GGD gemeld door de verpleegkundig consulent surveillance van KNCV Tuberculosefonds. De consulent verpleegkundige verzamelt vervolgens samen met de sociaalverpleegkundigen van de GGD’en achtergrondgegevens over de patiënten die aanwijzingen kunnen geven over mogelijke epidemiologische verbanden tussen patiënten.

 

Door frequent overleg van de verpleegkundig consulent met de diverse betrokkenen in het veld wordt inzicht verkregen in de transmissie van de verschillende tbc-stammen in ons land. Het vaststellen van het DNA-patroon van de tbc-bacterie levert een zeer grote bijdrage aan het in kaart brengen van de overdracht van tuberculose in Nederland, vooral in moeilijk bereikbare groepen, zoals drugsverslaafden en dak- en thuislozen. De GGD’en kunnen hierdoor gerichter bestrijdingsmaatregelen zoals contactonderzoek of screening van risicogroepen inzetten.

 

Resistentiesurveillance is het verzamelen van gegevens over het vóórkomen van resistentie van alle bacteriestammen tegen de gangbare medicijnen tegen tuberculose in Nederland en het verspreiden van deze informatie naar relevante partijen.

Het RIVM ontvangt van alle perifere laboratoria de isolaten van M.tuberculosis (en atypische bacteriën) voor determinatie en gevoeligheidsbepaling. De resistentiesurveillance geeft een samenhangend overzicht van het patroon van resistentie tegen de verschillende middelen in Nederland en het verloop daarvan in de tijd. Deze werkwijze maakt tevens kwaliteitscontrole van de perifere laboratoria mogelijk. Het RIVM neemt zelf ook deel aan een internationaal systeem van kwaliteitscontrole.

 

Jaarlijks worden over de cluster- en resistentiegegevens geaggregeerd en anoniem gerapporteerd in de ‘Jaarrapportage tuberculose’ van het Surveillanceproject resistentie en transmissie M.tuberculosis en het surveillancerapport ‘Tuberculose in Nederland 2008’.

Landelijke trends en ontwikkelingen in clustergroei, contactonderzoeken en het optreden van resistentie worden door KNCV Tuberculosefonds met ingang van 2006 halfjaarlijks gerapporteerd aan de CPT-werkgroep Contactonderzoek-resistentie- en clustersurveillance (CORD).